Onze klant

2.4 Leefbaarheid

De concentratie van het woningbezit van Woonbedrijf in de diverse buurten en wijken in de verschillende gemeenten, geeft Woonbedrijf een bijzonder belang bij de kwaliteit en het functioneren van die buurten en wijken. Woonbedrijf kiest voor een actieve rol, qua vorm, inhoud en intensiteit afgestemd op dat wat nodig en effectief is. Het buurtbeheer van Woonbedrijf is opgebouwd uit vier elementen:

  1. beheeraspecten die representatief zijn voor de sector, als zorg voor de directe woonomgeving van het woningbezit (achterpaden, gemeenschappelijke ruimten enz.),
  2. beheeraspecten die samenhangen met de keuzes die Woonbedrijf maakt, zoals het overeenkomen van buurtcontracten of het inschakelen van het buurtbedrijf (Ergon),
  3. beheeraspecten die voortvloeien uit specifieke keuzes die in de districten worden gemaakt, zoals het beheren van multifunctionele accommodaties,
  4. experimenten, waarbij Woonbedrijf op zoek is naar nieuwe methoden of instrumenten om te komen tot verbeterd beheer van buurten en wijken. In dat kader passen projecten op het raakvlak van sport en (buurt)cultuur. Hierbij moet nog blijken of een nieuwe aanpak succesvol is of niet.

In 2015 is een bedrag uitgegeven van ruim € 1,4 miljoen. De uitgave ligt € 0,5 miljoen onder de besteding in 2014 (€ 1,9 miljoen). De vermindering van de besteding is over alle onderdelen. Op drie onderdelen was die daling voorzien. Het gaat om de algemene taken, de districtspecifieke en de experimentele taken. Vooral in de laatste categorie wordt de verschuiving zichtbaar als gevolg van de maatschappelijke discussie over kerntaken en verantwoordelijkheden van corporaties.
Gerekend naar het aantal voorgenomen activiteiten is 75% van de activiteiten tot uitvoer gekomen. Als gevolg van de wijze van meting betekent dit dat een nog groter aandeel van de activiteiten is gestart, maar nog niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd. In totaal zijn 16 van de 169 voorgenomen activiteiten niet gestart (9,5%). Daaronder zijn enkele fysieke maatregelen waar geen vraag naar bleek te zijn, en de kosten voor bijzondere woonbegeleiding van huurders waar op een andere manier in kon worden voorzien.

2.4.1 Wijkaanpak

In 2015 heeft het programma voor de actiegebieden verder vorm gekregen. De actiegebieden zijn het gemeentelijke antwoord (gemeente Eindhoven) op de aanpak van de 40 wijken door het Rijk, ook wel bekend als de krachtwijkaanpak of de Vogelaarwijken. In de actiegebieden zijn programma’s tot stand gekomen en is een ‘game-changer’ aangegeven voor de afzonderlijke wijken. Qua inhoud is de diversiteit groot; maar gemeenschappelijk in de aanpak blijkt de grote aandacht voor coördinatie en afstemming van de verschillende partijen. Ook is de betekenis van het sociale domein gegroeid ten opzichte van de ruimtelijke- en huisvestingscomponenten. De financiële consequentie van deze aanpak is relatief klein in vergelijking met de ruimtelijke.

2.4.2 Buurtcultuur

Uit onderzoek is gebleken dat cultuur een positieve invloed heeft: wijken met ‘cultuur’ hebben een hogere vastgoedwaarde dan vergelijkbare andere wijken. Wijken met veel culturele activiteiten herstellen zich sneller dan vergelijkbare andere wijken. Woonbedrijf ziet ‘buurtcultuur’ als middel om de leefbaarheid te bevorderen. Daarnaast vindt Woonbedrijf het van belang dat we de bewonersparticipatie vergroten, door bewoners zelf aan zet te laten zijn op het gebied van wijkaanpak.
Voor dat doel heeft Woonbedrijf heeft in 2012 een fonds op naam bij het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBCF) geopend Het PBCF draagt 15% bij over het door Woonbedrijf gestorte bedrag in projecten, die op het gebied van buurtcultuur worden ingezet.

In 2011 is contact geweest met het ministerie van BZK geweest over de samenwerking tussen Woonbedrijf en het PBCF. Het ministerie heeft destijds aangegeven enthousiast te zijn over de samenwerking, mits een vetorecht, een bindend adviesrecht en beëindigingsrecht opgenomen zou worden in de overeenkomst tussen Woonbedrijf en PBCF. Dat is gebeurd.

Sinds de start in 2012 is duidelijk geworden dat de samenwerking leidt tot positieve bijdrages op het gebied van leefbaarheid, voornamelijk als gevolg van de bijdragen van en sturing door de huurders van Woonbedrijf.
We zien nadrukkelijk dat de projecten die gefinancierd worden vanuit het buurtcultuurfonds bijdragen aan een schone woonomgeving, aan voorkoming van overlast en bevordering van de veiligheid.

In de begroting was een bedrag opgenomen van ruim € 0,6 miljoen gelabeld voor buurtcultuur door Woonbedrijf waarvan €100.000 gelabeld was voor het Strijp-S Cultuurfonds. Ongeveer 1/3 deel van het totale bedrag is overgedragen met een bestemming. Dat wil zeggen dat Woonbedrijf dit geld wilde besteden aan reeds geformuleerde projecten. Het overige deel van het geld was vrij te besteden, o.a. bestemd voor initiatieven van bewoners. De bijdrage voor Strijp-S was in 2015 de laatste bijdrage.

2.4.3 Veiligheid

Er is sprake van een afname van het totale aantal leefbaarheidsmeldingen: in 2015 werd 1.257 keer een melding aangemaakt door medewerkers van Woonbedrijf, in 2014 was dat nog 1.312 keer. Met name de overlastmeldingen (456) zijn met 100 gedaald ten opzicht van vorig jaar. Geluidsoverlast is de grootste categorie binnen overlast. Een herkenbaar beeld ook vanuit de overzichten van buurtbemiddeling. Het aantal zorgmeldingen is gestegen, waarbij geldzorgen en psychische problemen een stijgende lijn aangeven. Geldzorgen en psychische problemen vragen vaak langdurige aandacht. Binnen het totale aantal leefbaarheidsmeldingen valt ook woonfraude: onderverhuur/niet bewonen is hierin de grootste meldpost en ook deze subcategorie stijgt.
http://woonbedrijfinbeeld.com/leefbaarheidsmeldingen-2015
Daar waar het binnen de leefbaarheidsmeldingen vaak gaat om simpele en vaak oplosbare overlastsituaties tussen buren is er soms ook sprake van zeer zware overlast waarbij ook bedreiging van buren, en in enkele gevallen ook medewerkers van Woonbedrijf, aan de orde is. In enkele gevallen is daarbij geëxperimenteerd met het woonoverlastdagboek. Dit instrument heeft inmiddels de eerste successen opgeleverd. Ook de gebiedsgerichte aanpak met het project GALOP leidt, nog steeds, tot resultaten.
Een aantal forse incidenten dit jaar heeft duidelijk gemaakt dat bedreigende situaties niet alleen een hevige impact kunnen hebben op het werk van medewerkers, maar ook op de persoonlijke levenssfeer. Een volledig cijfermatig overzicht van agressie richting medewerkers van Woonbedrijf, inclusief zwaarte van de incidenten, is op dit moment niet beschikbaar. Als de persoonlijke bevindingen van medewerkers met klantcontact wordt meegenomen lijkt er sprake te zijn van een toename in aantallen, maar vooral van de heftigheid van de bedreigende situaties. Maatschappelijk en vanuit politie en justitie wordt aangedrongen op extra aandacht voor veiligheid van medewerkers met een (semi)publieke taak. Ook het recente Aedesonderzoek toont aan dat steeds meer corporaties ervaren dat ‘verwarde’ mensen regelmatig zorgen voor situaties die als bedreigend worden ervaren door corporatiemedewerkers. Agressie richting medewerkers krijgt inmiddels aandacht in de volle breedte van de organisatie.